Oriënteren en vaststellen

15-7-2016

Een goed begin is het halve werk, dat geldt ook als je aan een modelleeropdracht werkt. Bestudeer daarom goed onderstaande aandachtspunten. Bedenk wel dat niet alle punten voor elke modelleeropdracht van belang zijn.

​Oriëntatie op het onderwerp/probleem

  • Als je zelf een modelleeropdracht moet bedenken, hou er dan rekening mee dat de opdracht realistisch en in de tijd haalbaar is.
  • Vraag je af of je wilt dat de opdracht aansluit bij je vervolgopleiding of beroep.
  • Maak je de opdracht voor jezelf of heb je een externe opdrachtgever?
  • Bedenk of er goede en betrouwbare informatie voor de opdracht beschikbaar is. Vraag je af of er informatie is te vinden over de randvoorwaarden en of er al eerder dergelijke opdrachten zijn gemaakt.
  • Vraag je af of duidelijk is aan welke eisen het model moet voldoen, Is het programma van eisen bekend, weet je precies wat er van je wordt verwacht?  Vraag je ook af op welk vak of welke vakken de opdracht betrekking moet hebben.
  • Doe in je logboek verslag van de keuzes die je in deze fase van de opdracht hebt gemaakt. Laat zien dat je hebt nagedacht over je keuzes, geef aan dat je bewust de gekozen richting op gaat.

Persoonlijke leerdoelen

  • Vraag je af wat deze keer je eigen, specifieke leerdoelen zijn? Waar wil je deze keer vooral aan werken?

Modelleervraag

  • Vraag je af met welk doel je een model gaat maken. Welke vraag of welke vragen wil je met het model beantwoorden?
  • Je kunt bijvoorbeeld een model maken waarmee je kunt voorspellen wet welke snelheid de bal op de grond komt. Welke variabelen spelen dan een rol?

Onderzoeksmethode

  • Kies, eventueel op basis van een verkennend literatuuronderzoek, een type model dat past bij het onderwerp of de probleemstelling. In het voorbeeld van de balsnelheid kan je bijvoorbeeld een wiskundig model gebruiken.

Eindproduct bepalen

  • Doe een voorstel voor één of meer mogelijke modellen en voorzie die van specificaties.