Stap 1 Oriënteren en vaststellen

13-7-2016

Een goed begin is het halve werk, dat geldt zeker als je onderzoek doet. Bestudeer daarom goed onderstaande aandachtspunten. Bedenk wel dat niet alle punten voor elk onderzoek van belang zijn.

Oriëntatie op het onderwerp/probleem

  • Als je zelf een onderwerp voor je onderzoek moet bedenken, hou er dan rekening mee dat het onderzoekbaar, realistisch en in de tijd haalbaar is.
  • Wil je een onderwerp of probleem aan de orde stellen dat aansluit bij je (oriëntatie op) vervolgopleiding of beroep?
  • Doe je het onderzoek voor jezelf of heb je een externe opdrachtgever?
  • Bedenk of er goede en betrouwbare informatie voor je onderzoek beschikbaar is.
  • Vraag je af of duidelijk is aan welke eisen het onderzoek moet voldoen en op welk vak of welke vakken het onderzoek betrekking moet hebben.
  • Doe in je logboek verslag van de keuzes die je in deze fase van het onderzoek hebt gemaakt.

Persoonlijke leerdoelen

  • Vraag je af wat deze keer je eigen, specifieke leerdoelen zijn? Waar wil je deze keer vooral aan werken?

Onderzoeksmethode

  • Kies, eventueel op basis van een verkennend literatuuronderzoek, een onderzoeksmethode die past bij het onderwerp of de probleemstelling. Enkele voorbeelden:
  • Literatuuronderzoek
  • Enquête
  • Interview

Hoofd- en deelvragen/ hypothese formuleren

  • Formuleer een onderzoeksvraag, bestaande uit een hoofdvraag en deelvragen of formuleer een hypothese. Alle deelvragen moeten nodig zijn om een antwoord te kunnen geven op de hoofdvraag.
  • Maak daarbij een keuze uit de volgende typen vragen:
    • Beschrijvende vragen

      Bij een beschrijvende vraag geef je een overzicht van een situatie of ontwikkeling, bijvoorbeeld: Hoe ziet de dagindeling van de directeur eruit? Nadeel van dit type vragen is dat ze vaak weinig sturend zijn voor je onderzoek.
    • Vergelijkende vragen

      In je onderzoek vergelijk je twee of meer situatie, gebeurtenissen of ontwikkelingen met elkaar, bijvoorbeeld wat zijn de verschillen tussen voetballen op kunstgras en op natuurlijk gras?
    • Verklarende vragen
      In je onderzoek ga je op zoek naar een antwoord op een waarom vraag, bijvoorbeeld wat zijn de oorzaken van het grote aantal werklozen in de jaren dertig of in deze branche?
    • Evaluatieve vragen

      Bij een evaluatieve vraag geef je, op basis van je onderzoek, een (waarde)oordeel over iets, bijvoorbeeld: Moet je als je op kunstgras voetbalt anders trainen dan wanneer je op natuurlijk gras voetbalt?
    • Probleemoplossende vragen

      Je probeert, op basis van je onderzoek, een bepaald probleem op te lossen, bijvoorbeeld: Hoe kun je de werkloosheid onder bouwvakkers effectief bestrijden?
    • Voorspellende vragen

      Je probeert, op basis van je onderzoek, te voorspellen hoe iets er in de toekomst uit zou kunnen zien, bijvoorbeeld: Hoe ziet de banenmarkt er over twintig jaar uit?

Eindproduct bepalen

  • Bepaal hoe je de resultaten van je onderzoek wilt presenteren. Enkele suggesties:
    • Schriftelijk verslag
    • Advies
    • Krantenartikel
    • Posterpresentatie
    • Model/maquette
    • Documentaire film